Columns

Uut 't Wald | Huttentutbessem

Huttentutbessem

Het is een eenjarige plant en desondanks een blijvertje. Huttentut is een van de oudste cultuurgewassen ter wereld en een eeuw geleden stonden de Achterhoekse akkers er in de zomer nog vol mee. De eenjarige plant met haar (bleek)gele bloemen, die ruim een meter hoog kan worden, werd hier vooral verbouwd omwille van het zaad. Daaruit werd olie geperst, die onder meer als lampolie dienst deed. Na de Tweede Wereldoorlog, toen die olie niet meer nodig was, zag je de huttentut alleen nog als wilde plant. Maar inmiddels is ie bezig aan een terugkeer op de akkers. Als grondstof voor biodiesel, die in de luchtvaart wordt gebruikt.
Maar niet alleen de zaden werden vroeger gebruikt, ook de stelen. Of het stro, zoals destijds werd gezegd. Daarvan kon je namelijk een prima bezem maken.
Anders dan de barkenbessem, die gemaakt was van keiharde, nogal weerspannige berkentwijgen, was zo'n huttentutbessem (ook wel tuutbessem of tuterbessem genoemd) lekker zacht. Hij werd dan ook niet op het erf of in de stal gebruikt, maar in het veurhuus. Met name in de kökken, waar de boerin wekelijks fijn zand op de vloer strooide. Vandaar dat ie ook wel huusbessem, kamerbessem, kökkenbessem, zandbessem of heerdbessem werd genoemd.
Soms werden naast huttentut braamtakken gebruikt, om de bezem iets meer stevigheid te geven. En natuurlijk kon je eenzelfde soort bezem ook wel van ander materiaal maken. Van bamboe bijvoorbeeld, of van (bunt)gras. Vandaar dat men het hier en daar ook wel heeft over een bamboebessem of buntbessem.

Meer berichten
 

Nieuwsoverzicht

Meer berichten