Frans Rozendaal toont het onlangs opgedoken dagboek waarin zijn moeder haar ervaringen tijdens de eerste oorlogsdagen beschreef. Foto: Eric Klop
Frans Rozendaal toont het onlangs opgedoken dagboek waarin zijn moeder haar ervaringen tijdens de eerste oorlogsdagen beschreef. Foto: Eric Klop

Frans Rozendal diept dagboek moeder over eerste oorlogsdagen in Zutphen op

'Nooit zal ik de gezichten van die lui vergeten'

Door Eric Klop

ZUTPHEN – '10 Mei 1940. 's Morgens ± 4 uur word ik plotseling wakker door 'n hevig geronk. Ik keek eens uit mijn raam en zag tientallen vliegtuigen in de lucht. Nog meer menschen hingen uit de ramen te kijken. Nu werd onze neutraliteit dan toch wel erg geschonden. Maar ik moest er meer van weten. Vlug kleedde ik mij aan, sprong op de fiets en reed naar de IJsel. Onderweg daar naartoe hoorde ik ook schieten en zwaar gedreun in de verte'…

Zo begon de 18-jarige Dien van Langen uit Zutphen in een schrift met harde kaft haar dagboek waarin zij gebeurtenissen in haar woonplaats tijdens de eerste vijf dagen van de Tweede Oorlog beschreef. Het met keurig schuinschrift gepende verslag kwam onlangs in het bezit van haar zoon Frans Rozendal. "Het dook opeens op tussen allerlei spullen en oude foto's", vertelt de 69-jarige Zutphenees. "Mijn broer had ze gevonden bij het opruimen van de zolder en vroeg of ik er misschien wat mee kon."

Rozendal is onder de indruk. Dat zijn moeder, 3 oktober 1921 geboren op de Tadamastraat 7 en daar ook getogen, haar belevenissen gedurende die eerste vijf oorlogsdagen aan het papier had toevertrouwd, wist hij niet. "Een complete verrassing. Na de capitulatie, op 14 mei, hield zij er mee op. Het was misschien niet spannend genoeg meer. De oorlog was na de Nederlandse overgave in feite voorbij. Duitsland was hier nu de baas. Maar dat dit haar niet zinde, is al voortdurend in haar dagboek terug te lezen."

… 'want daar kwamen ze al aangestormd, de moffen. O wat was dat angstaanjagend. Ik zat even geducht in de rats. Ze kwamen op motorfietsen, auto's, paarden en daartusschen kanonnen en afweergeschut. De hele Warnsveldscheweg was in 'n ogenblik er door bezet. Vooral die eerste kerels op hun motors die vooruit jaagden. De z.g.n. stoottroepen met doodskoppen voor op de helmen maakten mij erg bang. Nooit zal ik de gezichten van die lui vergeten. 't Waren zulke vuile tronies en 't schuim stond hun op de mond. Toen ze voor de kapotte brug (bij de Laarstraat, red.) kwamen te staan klonken van alle kanten Duitsche bevelen en werd 't een verschrikkelijke herrie. Daar stond ik midden tusschen in en nu moest ik maar zien hoe er uit te komen'.

Dien was op weg naar haar 'betrekking' bij de heer en mevrouw Versteeg, zo schrijft zij een bladzijde eerder. Zoon Frans verklaart: "Moeder was verpleegster bij het plaatselijke Rode Kruis en hielp mensen waar dat nodig was. Ze was een zachtaardige en zorgzame vrouw. Altijd geweest. Tot haar overlijden in 1983 was zij met veel geduld en liefde voor de bewoners werkzaam in verzorgingshuis De Leeuwerikweide."

'De 3e dag dat ons land in oorlog is (1e Pinksterdag, red.). Op Hemelvaartsdag zijn we nog op de fiets naar Arnhem en Westerfoort geweest, Koos, Willemien en ik. Toen hebben we nog plannen gemaakt voor de Pinksterdagen. En nu.., nu is er oorlog in ons land!! Oorlog! 't Klinkt zo verschrikkelijk. En toch… kan ik 't mij soms haast niet voorstellen. Zoals nu ook. 't Is 3 uur in de middag en echt fijn zomers weer. Ik lig in een luie stoel buiten. Op de Houtwal staat alles nog vol. Duitsche soldaten slenteren rond of liggen in 't gras. Alles even rustig en vredig. Nadat ik een uurtje daar gezeten heb ben ik weer eens naar de IJselkade gaan kijken. De Duitschers hebben daar een schipbrug gemaakt en zijn er nog met man en macht mee aan het werk. Onze jongens aan de overkant hebben zich al lang over moeten geven, maar ze hebben zich dapper gehouden hoor. Tegen zo'n grote overmacht en zoveel verraad was toch niet te vechten. Aan de kaai was 't zwart van volk. Allemaal kijken of ze ook bekenden zien onder de gevangenen en gewonden die geregeld aan komen. Het Kath. Ziekenhuis ligt vol met gewonde soldaten. Duitschers en Hollanders. Wat verrichten die zusters nu een prachtig werk'…

"Mijn moeder schreef heel mooi op wat er om haar heen in Zutphen gebeurde", zegt zoon Frans. "Je voelt bij lezing hoe mensen de invasie ervoeren. Waarom zij dit allemaal punctueel op papier zette? Geen idee. Ik heb het niet kunnen vragen, want ik wist van het bestaan van dit vijfdaagse verslag immers niet af."

"De wapens zijn neergelegd", meldt Dien van Langen op dinsdag 14 mei 1940. Voorafgegaan door: "Hoe velen hebben in deze 4 dagen hun leven gegeven voor hun vaderland. Zouden we Henk nog wel ooit terugzien en zoveel vrienden en kennissen. Veel is er geleden in deze 4 oorlogsdagen. Maar geen mens weet wat ons nog te wachten staat, wat wij nog moeten lijden. Wat zal ons de toekomst brengen?"

Henk is haar oudere broer. Hij keert levend terug. En treedt in Zutphen toe tot de ondergrondse. Met een aantal plaatsgenoten begint hij in de jaren 1942/'43 het verzetsbulletin 'De Frontloupe'. "Eerst een met carbonpapier vermenigvuldigd A4-tje en later een gestencild krantje met via Radio Oranje opgepikte berichten, plaatselijke ontwikkelingen en waarschuwende teksten over foute Zutphenaren", weet Rozendal. "Het blaadje werd gedrukt op zolder van een gezin dat ter hoogte van de oude Wilhelminafontein woonde. Henks zus, mijn moeder dus, zorgde er samen met zijn verloofde voor dat ze werden verspreid. Nuttig werk! Je kunt nog zoveel krantjes maken, maar als ze niet bij de mensen komen… Mijn moeder heeft daar wel over verteld. Dat ze angstige momenten kende. Op een avond hielden de bezetters haar aan. Ze had een stapel krantjes onder haar uniform om her en der af te geven. Toen de Duitsers zagen dat er sprake was van een verpleegster, mocht ze doorlopen. Het uniform was haar redding. En anders was ik er niet geweest."

Steun en hulp bieden waar nodig. Ook direct na de bevrijding kwam het zorgzame karakter van Dien van Langen goed van pas. Rozendal toont een krantenknipsel uit de editie Graafschap en Veluwezoom van Het Parool d.d. 18 januari 1946: 'Eervolle taak voor oud ondergrondsche strijdster. Onze plaatsgenoote, mej. R.A. van Langen, helpster 1e klasse bij het Nederlandsche Roode Kruis, afd. Zutphen, is op 15 Jan. j.l. vertrokken naar Ned. Oost-Indië, om gerepatrieerden uit Indië te helpen verzorgen. Aan onze plaatsgenoote werd deze vereerende taak opgedragen, omdat zij als koerierster bij de vroegere Frontloupe gedurende de bezetting lid was van de G.O.I.W., in de kring Zutphen. Dit is de reden, dat zij bij vele anderen voorrang genoot. Haar reis zal, behoudens bijzondere omstandigheden, 2 maanden duren'.

Dien van Langen vertelde haar kinderen regelmatig over haar verzetswerk en uitzending naar voormalig Nederlands Indië. "Vooral over haar koeriersactiviteiten voor de ondergrondse had ik graag meer willen weten. Moeten doorvragen over adressen, risico's en angst. Ik was echter nog betrekkelijk jong, bezig met mijn eigen gezin. Toen ik mij daar meer tijd voor zou hebben gegund, was moeder al dood. Laat staan dat ik nadere informatie over haar dagboekje had kunnen vragen. Want daar heeft zij het nooit over gehad en kende ik het niet…", besluit Frans Rozendal.


Frans Rozendaal toont het onlangs opgedoken dagboek waarin zijn moeder haar ervaringen
tijdens de eerste oorlogsdagen beschreef. Foto: Eric Klop

Meer berichten