Columns

Column Paul Bombeld - La Dolce Via

La Dolce Via

Het is even na 12 uur als de stoomlocomotief het station van Lamastre binnenrijdt. Na twee uur hobbelen heb ik het wel gezien, mijn witte T-shirt zit inmiddels vol met roetdeeltjes. Maar we zijn gearriveerd, midden in de bergen van de noordelijke Ardèche. Hier stopt de spoorlijn die begint in Tournon-sur-Rhône. Het is tijd voor een kop koffie en een croissantje bij bar de l'Hôtel de Ville. Het uitzicht op het Franse dorpsplein met een heus marktje onder de platanen is geweldig.

En dan begint de echte uitdaging. Hier gaat het oude spoortracé aan de rand van het dorp verder als fietspad. Hier begint de La Dolce Via, een van de mooiste fietstochten van Frankrijk. Als mevrouw Bombeld en ik even later al fietsend het dorp verlaten staan we toch even op scherp. De campingburen hebben ons van kundige informatie voorzien. 'Als jullie het dorp uitrijden en je zit nog niet op het fietspad, dan zit je verkeerd.'
Een zeer bruikbare tip, want de fietsroute begint op z'n Frans, de eerste bordjes ontbreken. Maar met de kennis dat het oude spoortracé zeker geen scherpe bochten zal kennen gaan we vrolijk van start. 'Het is prima te doen', had onze buurman ons vanmorgen nog gezegd. 'Een prachtige route, we hebben genoten'. Maar als mevrouw Bombeld en ik een half uurtje onderweg zijn weten we beter, jemig wat een gehobbel langs de oever van het riviertje La Sumène. En zo'n voormalige spoorlijn stijgt natuurlijk niet met 10%, maar gaat toch gestaag omhoog. We passeren plaatsjes als La Pra, Saint-Prix en Nonières, maar een verfrissend ijsje of drankje zit er niet in. In praktijk blijken het buurtschappen of hele stille dorpjes, waar de laatste kroeg al decennia geleden is vertrokken.

Plotseling duiken verschillende donkere tunnels op. Mevrouw Bombeld krijgt het Spaans benauwd. 'Ja, jij kunt je zonnebril gewoon afzetten, maar als ik mijn versterkend exemplaar afzet zie ik niets meer.' Het traject gaat verder, over oude bruggen, langs bossen en weilanden. Een prachtige route, behalve voor onze billen. De drinkflessen raken leeg en de weg naar Le Cheylard lijkt nog lang. Maar gelukkig zet het traject plotseling een daling in en zo zoeven we een kwartier later het stadje in.

Ook hier is de welvaart verdwenen. Er is nog slechts één hotel open. In de lobby en in de gangen ruikt het sterk naar een tankstation, maar de kamer is opvallend modern en proper. Gelukkig maar. Vlak voor het slapengaan vatten we de dag samen. Stralend weer, een prachtige route en ongelofelijk zere billen. De volgende keer mogen ze wat mij betreft, bij de aanleg van zo'n fietspad, de spoorbielzen wel laten liggen. Dat scheelt een hoop gehobbel.

Meer berichten