Columns

Uut 't Wald | Waerpaol

Waerpaol

De juffrouw en later de meester van de lagere school zeiden het dagelijks: 'Zit toch eens eindelijk stil, Jan.' En dan schoof ik toch weer heen en weer in de bank. Want als jochie al had ik geen rust in het gat. Ik kon domweg niet stilzitten. En dat probleem heb ik nog steeds.

Gin zit (of gin rös) in de kont hemme heet dat in het Achterhoeks. Maar de Eibergse streektaalschrijver en historicus Hendrik Odink noemde het anders: "Het is ne waerpaol", zei hij van iemand die niet stil kon zitten.

Niet stil kunnen zitten op je stoel wordt wippen genoemd. In het Achterhoeks wipken of wipkeren. Maar ook (hen en weer) wiemelen. En natuurlijk blijft het daar niet bij, want zoals ik al zo vaak heb betoogd is het Achterhoeks een heel rijke taal. Met afhankelijk van waar je woont tal van synoniemen voor bijna elk woord.

Zo zeggen ze Aalten van een kind dat op de stoel heen en weer schuift, dat het zit te wuppen. In Winterswijk heet dat hupken en in Dinxperlo of Zeddam zit dat zelfde kind te rengelen. Nog een paar woorden die hetzelfde betekenen: reppelen, ruilen, rengelen, hopsen en riejen.

Allemaal woorden die je af en toe nog hoort, meestal uit de mond van wat oudere Achterhoekers. Maar synoniemen als woepere(n), greile(n) of schrienen zijn uit de dagelijkse spreektaal helemaal verdwenen. Die vind je alleen nog maar in oude, lang geleden al gepubliceerde woordenboeken. En natuurlijk in het WALD, het grote woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse dialecten.

Meer berichten