Column Paul Bombeld - Bent u een inbreker?

Bent u een inbreker?

Mijn fietsroute van en naar Zutphen loopt vaak over 't Spiker. Dat is de verbindende weg tussen de Lidl in Warnsveld en de fietsbrug bij de Zutphense brandweerkazerne. Plotseling valt mijn oog op een aantal nieuwe vogelhuisjes die daar hoog aan de muur van enkele woningen bevestigd zijn. Maar er zijn ook huisjes met een gleuf aan de onderkant, volgens mij voor vleermuizen. Ze hangen daar op een typisch Hollandse manier.
En misschien vraagt u zich nu af wat een Hollandse manier is om vogelhuisjes op te hangen. Nou, dan hang je er niet één op, maar drie. Drie precies dezelfde huisjes, op precies dezelfde hoogte, op precies dezelfde afstand van elkaar. Op die manier bouwen we ook huizen, leggen we wegen aan en planten we bomen. Keurig, strak geordend op een rijtje. Zo zijn we nu eenmaal.

Bij een van de voordeuren staat een man. Zal ik hem eens vragen waarvoor die huisjes zijn en wie ze heeft opgehangen? Maar de man draait zich van mij weg en probeert met een plastic kaartje de voordeur van het slot te krijgen. Dat is vreemd. Is dit een hondsbrutale inbreker die op klaarlichte dag toeslaat? En ben ik de persoon die dit ziet en onverschillig doorfietst? Honderd meter verder keer ik om, zet voor de zekerheid de fiets in een lage versnelling en stop op straat. 'Goedemiddag.' De man draait zich om. Ik schat zijn leeftijd begin twintig. Zijn hals, gezicht en schedel zitten vol kleurrijke tatoeages. Hij zegt niets en kijkt mij glazig aan. 'Wat bent u aan het doen?', vraag ik dan maar naar de bekende weg. 'Ik probeer binnen te komen', antwoord hij. 'Is het dan niet gemakkelijker om een sleutel te gebruiken?', vraag ik. 'Met zo'n plastic kaartje tussen het kozijn is het ook maar zo'n gefriemel.' Er komt wat gemompel terug.

Ik denk daaruit op te maken dat hij op dat moment niet de beschikking heeft over een sleutel die op deze voordeur past. En omdat je tegenwoordig iedereen gelijkwaardig moet behandelen en je vooral geen vooroordelen mag hebben over duistere plannetjes denk ik na over de volgende vraag. 'Waarom wilt u hier naar binnen?' Er komt geen antwoord.
Dan gaat een gordijn van de woonkamer opzij en een soortgenoot kijkt naar buiten. Waarschijnlijk benieuwd van wie die stemmen daarbuiten zijn. 'Ik zie dat er iemand in huis is. Is het niet gemakkelijker om even te vragen of hij de deur opendoet?' De tatoeage-man kijkt mij glazig aan.

Dan fietst er een dame op leeftijd voorbij. En precies als ze naast mij fiets fluistert ze: 'hij woont hier'. Tja, dan heb ik hierin verder geen rol meer. Ik stap op de fiets en ga naar huis.

Meer berichten