Foto:
Columns

Column Henrieke Schoonekamp - Praatgraag

Praatgraag

"Dag lieverd, wat heb je een mooie kindjes! Wat zijn ze klein en lief. Even tellen hoor, oh wow, je hebt er wel vijf! Ze zijn echt prachtig!"

Ik hoor het mezelf zeggen en ik kijk beschaamd om me heen of niemand me gehoord heeft. Gelukkig niet, behalve de moedergans tegen wie ik aan het kletsen was, was er niemand in de buurt. Ik praat dus tegen een gans. Serieus? Zijn behalve mijn nieren, nu ook mij hersenen aangetast ofzo? Wie praat er nou tegen een gans? Met het schaamrood op m'n kaken loop ik door naar huis, blij dat er geen mensen in de buurt waren.

"Goedemorgen schatjes, lekker geslapen? Ja, jullie krijgen eten, nu meteen. En daarna gaan jullie fijn naar buiten, lekker rondhopsen." Twee paar ogen kijken mij aan. Ze hebben er geen woord van verstaan, maar het ochtendritueel is ze meer dan bekend. Eten! Als ze er toch geen woord van begrijpen, waarom klets ik dan tegen een paar konijnen? Echt hoor, begin steeds harder aan mezelf te twijfelen. Ik drink m'n koffie en laat de konijnen los in de tuin. Dan loop ik naar mijn auto. Hele kuddes ganzen liggen in het gras bij de Vispoortgracht. Ik moet weer aan mijn rare praatgedrag denken en houd braaf mijn mond tegen de dieren. Tot ik kennelijk te dicht bij kom en er eentje begint te blazen naar mij. "Nou zeg, doe even normaal sukkel, ik doe je toch niks, ik loop alleen maar langs!" De gans kijkt mij vragend aan en ik realiseer me dat ik het toch weer doe.

Tegen een hond kun je praten, die begrijpt ook dingen als 'zit' 'lig' en 'koekje'. Een konijn begrijpt dat niet en een gans ook niet, zeker niet in de lange zinnen die ik ervan maak. Ben ik dan gek aan het worden? Dat ik zo eenzaam ben dat ik niemand anders heb om tegenaan te kletsen klopt in ieder geval niet.

"Ja, neem de strootjes maar mee hoor voor je nestje.' Ik tegen een vogel in de tuin.

"Dag mop, kom je weer eten halen" tegen de schooiende eenden uit de gracht.

"Goedemorgen dames!" al zwaaiend naar de koeien in de wei.

"Daar blijven en niet meevliegen naar huis!" tegen de ooievaar op een lichtmast.

Nu ik er op let klets ik tegen alles wat loopt, vliegt en zwemt. Misschien toch een beetje gek aan het worden dus. Maar ach, zolang het daarbij blijft…

Meer berichten