Schrijver A.L. Snijders: "Ik ben een landman met een grote binding aan Amsterdam." Foto: Alize Hillebrink
Schrijver A.L. Snijders: "Ik ben een landman met een grote binding aan Amsterdam." Foto: Alize Hillebrink

A.L. Snijders in de stilte van de Achterhoek

REGIO - Schrijver A.L. Snijders (81) verhuisde een halve eeuw geleden uit Amsterdam naar de Achterhoek. In de stilte van het buitengebied schrijft hij zijn zeer korte verhalen (zkv's). "Terug naar Amsterdam? Nee, hier wil ik doodgaan."

Door Alize Hillebrink

Het is vrijdagmiddag twee uur. Als ik het pad oprijd naar zijn huis passeer ik twee mannen in fluorescerende kleding. Ze graven een greppel. De één met een minigraafmachine. De andere man heeft een ouderwetse schop in zijn handen. Ze kijken naar de verse aarde.

Het zouden de beginzinnen kunnen zijn van een column van A.L. Snijders, de uitvinder van het zkv, het zeer korte verhaal, waarvan er onlangs weer een aantal zijn gebundeld in zijn nieuwste boek 'Het oog van de naald'. Maar het is echt. Ik ben op weg naar zijn huis, in het buurtschap Klein Dochteren. We zullen praten over het leven, zijn werk en zijn vrouw, die hij onlangs verloor.

Terwijl ik een plekje zoek voor mijn auto zie ik hem zitten achter het raam. Ik wuif. En hij wuift terug. Hij staat op en loopt naar buiten. "Weet jij alles van het leven?" vraagt hij. "Nee," antwoord ik. "Hoezo?" "Nou, dáár twijfel ik over," zegt hij wijzend naar de vers gegraven greppel. "Mijn buurman laat een glasvezelkabel aanleggen. Hij woont er nog niet, of hij laat al zo'n kabel aanleggen. En ik, ik twijfel of ik dat ook moet nemen of niet. Weet jij dat?"

A.L. Snijders is het pseudoniem van Peter Müller. Hij woont in een boerderij in het buitengebied van Lochem. Geboren in Amsterdam verhuisde hij op zijn 33ste naar de Achterhoek. Hij werkte als leraar Nederlands in Amsterdam en later als docent op de politieschool in Lochem. Hij had twee huwelijken en heeft vijf kinderen. Hij is stadsschrijver van de gemeente Lochem, schrijft drie columns per week en houdt regelmatig voordrachten en optredens door het hele land.

Al pratend lopen we naar de keukendeur. "Het is de manier van denken die mij kenmerkt," zegt hij. "Tegenstellingen," zegt hij en kijkt me aan. "En dat is de vooruitgang," wijzend op de spittende mannen in het grasgroene weiland voor zijn raam.

We besluiten aan de keukentafel te gaan zitten. Vanaf dan is hij vrijwel onafgebroken aan het woord. In tegenstelling tot zijn beknopte schrijfstijl spreekt hij uitvoerig en rijgt hij moeiteloos de ene zin aan de andere. Zijn knisperende basstem met sporen van flegmatiek doen mij achteroverleunen in mijn stoel. Van schrijven komt zo niets denk ik. Naar iemand die zo goed kan vertellen, is het heerlijk luisteren.

'Op een idiote manier ben ik verwonderd over de dingen'

"Ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam in 1937. Samen met 'Y' en de kinderen woonden we in de jaren 60 aan de Oudezijds Achterburgwal. We zagen hoe de buurt veranderde, hoe Amsterdam veranderde. Steeds meer ramen om ons heen kleurden roze. Langzaam maar zeker woonden we in de Rosse buurt. Een hele affaire," zegt hij peinzend. "Het was niet houdbaar met kinderen. Toen zei een vriend tegen me: 'Als je nog een huis zoekt, moet je hier zijn.' Hij doelde op de Achterhoek. Het was de tijd van de ruilverkaveling. Boeren verkochten hun land, hun huis mochten ze houden. Toen zijn we gevlucht. Voor de vooruitgang van Amsterdam."

Als schrijver werd Müller vooral bekend met zijn zkv's. Op zijn 72e kreeg hij daarvoor de Constantijn Huygensprijs. Iedere zondagochtend om kwart voor negen leest hij op Radio4 een nieuw zkv voor. Op zijn laatste zkv, 'Roem', kreeg hij veel reacties. "Ik had gezegd dat de mensheid binnen twee generaties zal uitsterven," zegt hij met pretoogjes. Müller gaat op zoek naar zijn laptop. "Ik ben niet zoals andere schrijvers," roept hij vanuit de woonkamer. "Tommy Wieringa, bijvoorbeeld. Daar ben ik mee bevriend. Die kent de hele literaire wereld. Ik niet. Ik ben net zo stil als dat ik hier woon. Als ik doodga ben ik een schrijver die bijna niemand kent."

Vanachter zijn borstelige wenkbrauwen kijkt hij me aan. "Het was 1971. 33 jaar was ik. 'Y' had het allemaal uitgezocht en zei dat het de juiste plek was. De kinderen gingen naar de vrijeschool in Zutphen. In een half jaar tijd kwam ik erachter dat dit, het leven hier, fantastischer is dan overal waar ik tot dan toe had gewoond. In de stilte."

De laptop staat inmiddels aan en hij leest hardop voor uit een ingezonden brief: "Uw interesse in de anonieme mensen en doemdenken doen me goed, uw verhalen maken me niet pessimistisch." Hij kijkt op van het scherm. "Een reactie van de redactrice van Literair Nederland," zegt hij. "Ik schrijf vaak iets op als probeersel. Dat heb ik haar geantwoord." Hij kijkt me aan terwijl hij het scherm van zijn laptop sluit: "Ik bedoelde te zeggen, de mens is zo'n succes dat de aarde er niet meer tegenop kan. Maar dat wat je bedoelt, hoeft niet zo gelezen te worden."

We zijn een uur verder en ik betrap mezelf erop dat ik nog geen vraag heb gesteld.

'Als ik doodga ben ik een schrijver die bijna niemand kent'

Peter Müller scharrelt in zijn keuken om thee te zetten en vertelt ondertussen: "Op de dag dat ik 66 werd woonde ik 33 jaar in de Achterhoek. Toen dacht ik bij mezelf: Ik woon hier nu de helft van mijn leven. Nù ben ik een Achterhoeker. Ik zei het tegen mijn buurman. Een boer. Ik zie hem nog staan, dáár," en hij wijst door het keukenraam: "waar die werkmannen van de glasvezel nu staan." De boer had geantwoord: "Müller, jij wordt nooit een Achterhoeker, met die grote Amsterdamse bek van je. Fantastisch vond ik dat."

Twijfelaar
Ineens staat hij op. "Als je het niet erg vindt, ga ik toch even naar buiten om te overleggen over die kabel." Teruggekomen kijkt hij opgelucht: "Het is geregeld. Ze maken een aftakking. Ik kan dus nog kiezen." Zittend vervolgt hij: "Ik word vaak voor een aarzelaar uitgemaakt. Terecht. Het zit in mijn karakter. Ik ben weifelmoedig. Ik houd van tegenstellingen. 'Ook de andere zijde moet gehoord worden'. Dat is een Romeinse uitspraak. Et audiatur altera pars, Hoort gij de witte, zo hoort ook de rode, betekent het. Alles heeft twee kanten. Ik ben twee inéén. Ik ben polyinterpretabel," lacht hij.

We drinken thee uit Franse mokken. Müller heeft er chocolade bij. Na een tijdje: "Ik ben atheïst. Dat heb ik gezegd in de Volkskrant. Maar ik zou ook agnost kunnen zijn." Veert op: "Dat is het bij mij. Dat tweeledige." Ietwat provocerend: "Alles is betekenisloos. Dat vinden mensen ondenkbaar om te zeggen. Ach, ik zeg wel vaker wat, het is soms maar een slag in de lucht."

"Kijk om je heen, dan zie je de zin van het leven. Ik kan me overal over verwonderen. Ik begrijp niet waarom ik de bomen zo mooi vind. Op een idiote manier ben ik verwonderd over de dingen." Hij pakt een pen van tafel. "Kijk nou deze balpen. Dat is toch fantastisch? Dat dat bestaat! Ik zou het niet kunnen maken. Sterker nog: als je mij of willekeurig iemand anders midden in een bos neerzet met de opdracht te overleven, dan lukt dat niet. Hier in dit huis, ben ik omringd door allerlei dingen die ik niet kan maken."

Geboren in een verkeerd lichaam
Hij kneedt de chocolade tussen zijn vingers. "Mijn Amsterdamse leven had van mij een stadsmens gemaakt, enfin dat dacht ik. Nadat we vertrokken waren naar Klein Dochteren werd ik een landman. Door de boer die op mijn 66e tegen me zei dat ik nooit een Achterhoeker zou worden kwam ik op het idee dat ik geboren ben in een verkeerd lichaam. Want ik blijk een landman. Een landman, met een grote binding aan Amsterdam."

'Ik ben een katachtige die niet meer jaagt'

Een half jaar geleden overleed 'Y', zijn vrouw. "Hoe ik mij nu voel hier in mijn eentje? Daarop is het antwoord eentonig. Weet je, mijn vrouw werd steeds banger, omdat ze bij gevaar niet meer snel weg kon komen. Op het laatst kon ik geen pas buiten de deur zetten of ze vroeg me waar ik naar toe ging. Sinds ze er niet meer is had ik verwacht dat ik mijn hernieuwde vrijheid zou gaan gebruiken om veel weg te gaan. En dat heb ik één keer gedaan. Begrijp me goed, ik ga er wel op uit. Ik kom vaak in Amsterdam, maar het liefst ben ik hier. Ik blijf trouw aan mezelf. Ik ben een dier dat uit zijn kooi mag, maar er liever in blijft. Een katachtige die niet meer jaagt. Hier wil ik doodgaan."

Het is inmiddels drie uur later en de zon gaat bijna onder. Nog snel een foto voor het te donker wordt. We praten nog over James Salter, één van zijn lievelingsschrijvers. En dan schemert het boven de weilanden.

Meer berichten