Foto: Nick Oostendorp
Columns

Streektaal

Wij spreken onze streektaal redelijk goed, mijn lief en ik. Dat wil zeggen: ik spreek haar redelijk en zij goed. Een verschil dat wel te verklaren is, want zij komt uit een gezin waar vader en moeder onder elkaar het Varssevelds uit hun jeugd spraken. En groeide op in een klein dorpje, waar op het schoolplein en bij de kruidenier het Achterhoeks nog de voertaal was. Bij mij thuis werd Nederlands gesproken. En op school smeet de meester je de bordwisser naar het hoofd, als je het waagde een woord dialect te spreken. In mijn geval was dat dialect Twents, want ik groeide op in Goor. Een klein industriestadje waarin bijna iedereen zijn of haar moerstaal leek te zijn vergeten, al werd menig woord nog wel ingeslikt. Dat van die bordwisser overkwam dan ook Wim Elbert, een boerenjongen uit mijn klas, die buiten de Goorse stadsgrenzen en dus in een ander taalgebied woonde.
Waarin mijn lief en ik niet verschillen, is onze liefde voor het Achterhoeks. Of misschien moet ik zeggen: voor het Nedersaksisch. Want liever dan de kleine verschillen zien we de overeenkomsten tussen het Achterhoeks en het Twents. Of het Drents en Gronings, om nog maar een paar verwante talen te noemen.
Die liefde hebben we jammer genoeg niet kunnen overbrengen op onze kinderen. Hoewel ze allemaal aan de goede kant van de IJssel (in hun geval in Twente) zijn verwekt en geboren spreken ze geen van vieren ook maar een woord Twents. Laat staan Achterhoeks, hoewel ze toch ook daar een deel van hun jeugd doorbrachten Op één dochter na verstaan ze het gelukkig wel, daarmee moeten we ons dan maar troosten.
Die ene dochter vertrouw ik in deze trouwens niet helemaal. Ze zegt wel dat ze er geen woord van snapt, maar ik vermoed dat ze het Achterhoeks best kan volgen. Maar dat ze dat niet wil weten.
Uit een soort voor mij niet te begrijpen schaamte verloochent ze dus haar afkomst. Ach, u hebt dat fenomeen vast ook wel eens gezien onder Oost-Nederlandse jongeren. Dat ze op hun twintigste Twente of de Achterhoek de rug toekeren en gaan studeren (of werken) in de Randstad. Niet voor niets zijn de oosterlingen de relatief kleinste groep onder de studenten van de Universiteit Twente. 'Er zijn hier straks nog meer Japanners dan Achterhoekers', verzuchtte een professor onlangs.
Ook mijn dochter greep na haar middelbare school de eerste de beste gelegenheid aan om Oost-Nederland te verlaten. En inmiddels woont ze al jaren in Rotterdam. Daar zochten we haar afgelopen week op, ter ere van de achtste verjaardag van onze kleindochter. Die daar in dat verre Rotjeknor is geboren en dat kun je horen ook.
Kleindochterlief zit sinds kort in groep acht en wilde daar natuurlijk van alles over vertellen. Vooral over de nieuwe vakken die ze nu krijgt, zoals aardrijkskunde. "We hebben het over de Achterhoek gehad", meldde ze. Oh, en wat heeft de juf daarover dan verteld?, informeerde ik nieuwsgierig. Daar moest ze even over nadenken. "Eeh… het ging over hoe ze daar praten, geloof ik." Na nog enig peinzen wist ze het weer. "Oh ja, dat de mensen in Brabant heel ouderwets praten en in de Achterhoek heel langzaam. En dat de Friezen onverstaanbaar zijn. Maar dat Fries wel een echte taal is en Achterhoeks niet", voegde ze er aan toe.
Nee, ik ben niet ter plekke ontploft. Heb mijn kleindochter ook niet verteld dat het Achterhoeks wel degelijk een Europees erkende taal is. Daar hoef ik haar nu niet mee lastig te vallen, dat lesje komt later wel. Maar als ik die ****** Rotterdamse schooljuffrouw ooit nog tegenkom……..!!!

(***** gecensureerd)

reageer als eerste
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5953883&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=contactzutphen.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=720,721,723" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>