Zwaleman | Dikkevretsaovend

Dikkevretsaovend

Nog maar een dag of tien en we gaan het jaar 2017 in. Met natuurlijk veel goede voornemens, waaraan we ons toch weer niet houden. Zoals een paar pondjes afvallen. Want mensen, mensen, wat schransen we toch die laatste weken van het jaar.

Ik doe daar slechts tot op zekere hoogte aan mee. Al een paar jaar is het bij ons gewoonte dat op kerstavond de kinderen en kleinkinderen komen gourmetten. En ja, dan wordt er flink geschranst, reken maar! Maar een uitgebreid diner op eerste of tweede kerstdag, nee daar doen we al heel lang niet meer aan. Een beetje uit protest tegen die culinaire overdaad, waarmee de supermarkten ons om de oren slaan. Al jaren ben ik op eerste kerstdag dik tevreden met een bord boerenkool en worst. En op tweede kerstdag gaan we, heel makkelijk, naar de Chinees.

Met dat veel en lekker eten op kerstavond en niet zozeer de kerstdagen zelf houden we trouwens een Achterhoekse traditie in stand. Ook in vroeger eeuwen werd er vooral op de avond voor kerst flink gebunkerd. Maar aan onze voorouders waren die mini stukjes vlees en pannenkoekjes van het gourmetmenu niet besteed. Nee, niet voor niets werd kerstavond in de Achterhoek ook wel 'dikkevretsaovend' genoemd! Er werd vooral heel veel gegeten.

Meester Heuvel refereert daaraan, als hij in zijn boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven de kerstavond in zijn jeugdjaren beschrijft. In de keuken van zijn ouderlijk boerenhuis werden die avond pannenkoeken gebakken met veel spek en worst. Waarvan je net zoveel mocht eten als je maar wilde. Maar daar bleef het dan wel bij. Jammer voor de jonge Heuvel, maar zijn moeder vond het niet fatsoenlijk om 'den boek zo duchtig op de leest te zetten'. Elders deed men dat wel en kwamen op 'mirreweentersaovend' (weer een andere benaming voor kerstavond) aardappelen en 'zat vleisch' op tafel. Of werden er al 'jaarskoeken' gebakken. Röllekes of kniepertjes dus. Misschien daarom wel, dat nog in mijn jeugd in mijn dorpje Noordijk de kerstavond werd aangeduid als 'kookaovond'.

In en rond Ruurlo (waar ze weer een andere benaming hadden voor de avond voor kerst) werd naast spekpannenkoeken, nieuwjaarskoeken en fruit en noten nog een bijzonder gerecht geserveerd. Dat blijkt uit een misschien al wel eeuwenoud rijmpje:

Deelaövendjen, deelaövendjen,

Dan maak' wi'j alles op.

Dan slacht mien vaar 'n pekkelherink,

En dan krieg ik den kop.

Waarbij het overigens niet uitgesloten is, dat in de oorspronkelijke tekst sprake was van een varken, in plaats van een zoute haring. Een halve varkenskop was namelijk ook een typische kerstavondlekkernij.

Als geboren Needenaar die maar al te graag oude tradities in stand hield (ze desnoods nieuw leven inblies) zeurde mijn vader al begin december mijn moeder de oren van het hoofd. Op kerstavond wilde hij tegen twaalf uur rode kool eten, met bloedworst erbij. Want dat hoorde zo, beweerde hij. Dat deden ze in zijn jeugd in Neede allemaal. Mijn moeder kreeg hij echter niet zo gek dat ze 's avonds laat nog aan de slag ging in de keuken. En zelf was hij nu eenmaal van een generatie die hooguit een ei kon bakken. Zo bleef het bij ons thuis op kerstavond bij een kop warme chocolademelk. Wel met een kerstkransje erbij. Dat mochten we, na het samen kerstliedjes zingen, uit de kerstboom halen. De kaarsjes in die boom waren dan al opgebrand…

Meer berichten
 

Dagelijks het laatste nieuws in je mailbox ontvangen?

Aanmelden